Om deze website goed te laten functioneren gebruiken wij cookies. Als u onze site gebruikt gaan we ervan uit dat u akkoord bent.       Akkoord

Onderhoudstips

Bijvullen of ontluchten CV

Wat kunt u zelf doen als uw centrale verwarming het niet doet? Probeer eerst de CV bij te vullen en/of te ontluchten.


Bijvullen

Als u kijkt op de drukmeter (achter het venster op de cv-ketel) kunt u zien of de druk te ver is gedaald. Is dit onder de 1 bar, dan moet er water worden bijgevuld.

Dit doet u als volgt:

  • Haal de stekker uit het stopcontact.
  • Wacht tot de temperatuur gedaald is tot ongeveer 40 graden.
  • Koppel de vulslang aan de vulkraan van de cv – installatie of radiator.
  • Draai nu de vulkraan iets open zodat de slang volloopt met water.
  • Draai de vulkraan weer dicht en sluit de slang aan op de kraan van de waterleiding.
  • Open de vulkraan een kwartslag en draai de kraan een klein stukje open.
  • Op de drukmeter kunt u, na enige tijd, de druk zien oplopen. De zwarte wijzer geeft de druk aan.
  • De druk mag maximaal 2,2 bar bedragen.
  • Als de druk ongeveer 2 bar is, draait u eerst de vulkraan dicht en dan de waterkraan weer dicht. Let op, er zit nog water in de vulslang.
  • Ontlucht nu de radiatoren.
  • Steek de stekker van de ketel in het stopcontact.
  • Nu kunt u de thermostaat weer op de door u gewenste temperatuur zetten.

 Onderaan deze pagina vindt u een instructie met foto's.

Ontluchten

Haal de stekker uit het stopcontact van de CV-installatie. Open de ontluchtkraantjes boven aan de radiatoren. Als er water uitkomt, kunt u de kraantjes sluiten. Begin op de bovenste verdieping bij de radiator die het verst van de ketel is verwijderd. Houd een doekje bij de opening, voor het morsen. Is de storing van de centrale verwarming niet verholpen? Dan kunt u bellen voor een reparatieverzoek (038) 45 67 211. Kies optie 1 voor een afspraak met de Energiewacht.

 

Rookmelder

Uw woning is voorzien van rookmelders. Wel zo’n veilig idee. Het is belangrijk dat de rookmelders ook goed blijven werken. Informatie over onderhoud, testen, vervangen van de batterij en wat te doen bij een alarm vindt u hieronder.

 

Regelmatig testen

Test al uw rookmelders minimaal één keer per half jaar. Dit is heel eenvoudig. Schakel eerst de hoofdschakelaar van de elektra uit. Druk de testknop van de rookmelder ongeveer 10 seconden in. U hoort een alarmsignaal en het rode lampje knippert. Als u de testknop loslaat, stopt het alarmsignaal binnen enkele seconden. Blijft het alarm gaan, verwijder dan de batterijen.

 

Onderhoud

Maak de rookmelder regelmatig schoon. Stof en insecten kunnen het alarm laten afgaan. Zet de zuigmond van de stofzuiger op de zijkant van de rookmelder. Zo verwijdert u stof en spinnenwebben uit de rookmelder. Het deksel maakt u eenvoudig schoon met een vochtige doek. Droog het wel goed af.

 

Batterij vervangen

Als de rookmelder normaal werkt, knippert er een rood lampje en knippert (of brandt) er een groen lampje. Als de batterij leeg raakt, piept de rookmelder. Verwijder het deksel en vervang de batterij.

 

Vals alarm

In de rookmelder zit een sensor die rook signaleert. Het kan gebeuren dat de melder afgaat zonder dat er brand is. Dit kan bij het gebruik van spuitbussen in de buurt van de rookmelder. Rookmelders bij de badkamer kunnen ineens afgaan door een grote hoeveelheid stoom. Bij vals alarm kan het helpen de ‘rook’ weg te wapperen. Geen nut? Verwijder dan de rookmelder van de grondplaat en haal de batterij eruit.

 

Hoe demonteer ik een rookmelder?

Alle rookmelders zijn met een grondplaat bevestigd aan het plafond. Deze grondplaat is aangesloten op het lichtnet. In alle rookmelders zit een batterij.

1. Gebruik een schroevendraaier om de rookmelder van de grondplaat te verwijderen. Plaats de schroevendraaier op de rookmelder en schuif hem van de grondplaat.

2. Zodra de rookmelder los is van de grondplaat is hij niet langer verbonden met het lichtnet.

3. Nu ziet u de batterij zitten. Deze kunt u er uit halen en eventueel vervangen.

Het monteren gaat hetzelfde maar dan omgekeerd.

 

Onderhoud van een (nieuwbouw)woning

Bent u net in een nieuwbouwwoning komen wonen? Dan hebben we een aantal tips voor u als het gaat om het onderhoud. Woont u al langer in uw huis, dan zijn sommige tips ook zeker interessant.

Meterkast:

  • Controleer de aardlekschakelaar van de groepenkast enkele keren per jaar om te zien of hij nog werkt.

Hoofdkraan:

  •  Open en sluit de waterkraan één keer per jaar.

Binnendeuren:

  • De eerste periode de deuren halfopen laten staan. Zo ventileert u de woning en voorkomt u kromtrekken van de deuren.
  • Is een deur een jaar na oplevering nog meer dan 10mm krom, dan krijgt u een nieuwe deur.

Beglazing:

  • Binnendeuren en bovenlichten schoonmaken met water en een scheutje spiritus of ander schoonmaakmiddel

Ramen:

  • Lappen met veel schoon water. Er zit waarschijnlijk nog veel zand op de ruiten waardoor er snel krassen op komen.

Vloerbedekking:

  • Wilt u zeil of marmoleumleggen? Laat dan eerst het vochtgehalte van de dekvloer meten en bepalen of uw vloer vlak en/of glad genoeg is. Leg dit schriftelijk vast in verband met garanties.

C.V ketel:

  • Bijvullen bij 1 bar druk en ontluchten van de radiatoren (zie handleiding).
  • Bij storingen eerst de resetknop van de ketel indrukken.

Mechanische ventilatie:

  • Plafondventielen (ventielen van de mechanische afzuiging) eens per jaar schoonmaken. Mechanische ventilatie kan aanwezig zijn in uw keuken, douchen en/of toilet.

Ventilatieroosters:

  • Ventilatieroosters open laten staan.

Scheurtjes:

  • Zet- en krimpscheurtjes komen vaak voor in de hoeken van binnenwanden en plafond. Dit komt door droging en zettingen van de verschillende materialen. Na één winterperiode (stookseizoen) is uw woning uitgewerkt. Hierna kunt u definitieve herstelmaatregelen nemen, zoals het dichtkitten van naden of dichtplakken met glasvlies.

 

Sleutels kwijt?

Schimmel in de badkamer?

Zo kunt u dit te lijf gaan.

Lees meer